Veiligheidsinformatiebladen
Catalogus Alpheios 2017
Online bestellen

Wat is Noro

Wat is Noro

Het Noro-virus behoort tot de Caliciviridae virussen en is een belangrijke verwekker van diarree. Er wordt geschat dat wereldwijd 50% van alle acute verschijnselen van gastro-enteritis (buikgriep) door deze Noro-virussen worden veroorzaakt. De klachten bestaan uit meerdere malen (water-)dunne diarree met of zonder (projectiel-)braken. Eenmalige diarree of braken of meerdere malen brijige diarree behoren niet tot de typische Noro-klachten.

2.1       Het ontstaan

Waar en hoe ontstaat een Noro-besmetting?
Het Noro-virus is een darmvirus dat vooral in de winter voorkomt. Het is een zeer besmettelijk virus. Ongeveer 45% van de personen die in contact komt met het virus wordt ook daadwerkelijk ziek. Er is maar een heel kleine hoeveelheid virus nodig om ziek te worden. Bij een Noro-infectie heeft men veelal waterdunne diarree en/of braakt men heel onverwacht. Zowel in de feces als in het braaksel bevinden zich grote hoeveelheden virus. Ook dit verhoogt de enorme besmettelijkheid in combinatie met het ziekmakend vermogen bij een heel kleine hoeveelheid. De incubatietijd is 24-72 uur. Besmetting vindt voornamelijk plaats door direct contact en met name via de handen, maar ook kan men de besmetting oplopen door een besmette omgeving, zoals toiletten, linnengoed, enz., en via voedsel worden overgedragen door iemand die met Noro is besmet. Als u een Noro-infectie hebt gehad, bent u zeker nog 72 uur na de besmetting nog besmettelijk. In de feces bevindt zich dan nog veel virus. Noro wordt in eerste instantie vastgesteld op grond van bovengenoemde verschijnselen. Soms kan aanvullend laboratoriumonderzoek nodig zijn. Als men Noro heeft gehad, dan is men voor 2 maanden beschermd, mits het geen ander type is.

Waar komt Noro voor?
Noro komt wereldwijd voor. In Nederland komt Noro het gehele jaar door voor, maar de piek ligt toch vooral in de wintermaanden. Dan vinden ook de explosies en epidemieën plaats. 80% van deze explosies wordt veroorzaakt door het Noro-virus en 50% van deze explosies vindt plaats in zieken-, verpleeg- en verzorgingshuizen. Bekend zijn ook de explosies in hotels of op cruiseschepen. Noro is een “zelf limiterende” infectie. Dat wil zeggen dat na 2-4 dagen de infectie vanzelf overgaat.

2.2       De Gevolgen

Is een Noro-besmetting gevaarlijk?
Voor gezonde mensen is Noro niet gevaarlijk, maar men kan wel echt ziek zijn. De ziekteverschijnselen worden over het algemeen als vervelend ervaren en men moet goed blijven drinken. Voor patiënten en cliënten in zorginstellingen kunnen deze ziekteverschijnselen vanwege de slechte weerstand een ernstiger verloop hebben. Het is dan ook heel belangrijk om de juiste voorzorgsmaatregelen strikt in acht te nemen.

Waarom is er paniek in een instelling bij constatering van Noro-besmetting?
Als er Noro heerst op een afdeling of op grotere schaal in een instelling kan dit consequenties hebben voor de continuïteit van zorg. Voor de patiënten kan dit ernstige gevolgen hebben, maar ook in de personele bezetting kan dit consequenties hebben. Als veel personeelsleden ziek zijn kan de zorg in gevaar komen. Het is dan ook van belang om bij de eerste klachten die lijken op Noro gelijk alle maatregelen te nemen om verspreiding tegen te gaan. Dat geldt voor de patiënten en de bezoekers, maar ook voor de medewerkers.

2.3 Maatregelen

Is een Noro-infectie te voorkomen?
De cijfers geven aan dat het Noro-virus heel besmettelijk is en dat de kans om ziek te worden groot is bij een besmetting. Om verdere verspreiding te voorkomen is het belangrijk om hygiënische maatregelen te nemen, zoals:
  • Handen wassen met water en zeep. Na elk contact of na toiletbezoek is goed handen wassen de belangrijkste preventieve maatregel. 
  • De omgeving van de Noro-patiënt tenminste twee maal daags goed te reinigen. 
  • In de zieken- en verpleeghuizen worden de kamers en omgeving gedesinfecteerd door o.a. Alpha D3-Fogging® met H2O2.
Is er landelijk beleid om Noro aan te pakken?
De Werkgroep Infectie Preventie (WIP) en het Landelijk Coördinatie Centrum (LCI/ RIVM) hebben landelijke richtlijnen opgesteld. In deze landelijke richtlijnen staan o.a. de hygiënische maatregelen genoemd voor zorginstellingen, hotels en cruiseschepen.

Is de bestrijding van MRSA identiek aan de bestrijding van bijvoorbeeld het norovirus?
Is er hier geen sprake van maatwerk?
De besmettingsoverdracht van MRSA is van een heel andere grootheid dan van het Noro-virus. In korte periode kunnen bij een explosie van Noro hele afdelingen besmet zijn. Dit treft men zelden aan bij MRSA. Een MRSA besmetting is over het algemeen veel overzichtelijker. Bij het desinfecteren van ruimten en omgeving met behulp van Alpha D3-Fogging® hoeft men in principe geen onderscheid te maken. Er dient gewerkt te worden volgens vast protocol, waarbij bepaalde waarden van luchtvochtigheid en concentratie waterstofperoxide gedurende een uur gehandhaafd dienen te worden. Men moet alleen rekening houden met de specifieke voorzorgsmaatregelen die genomen moeten worden bij MRSA en Noro. Daar Noro op grote schaal in een korte tijd voorkomt en de besmettingsgraad hoog is in de omgeving, is desinfecteren m.b.v. Alpha D3-Fogging® een uiterst geschikt middel.

Zijn de beschermende maatregelen bij virussen (bv. Noro) anders dan bij bacteriën (bv. MRSA)?
Bij elke instelling moet men vragen wat de protocollen zijn v.w.b. de beschermende maatregelen. Bij MRSA moet men over het algemeen “alle voorzorgsmaatregelen” nemen, maar  bij  verkoudheidsvirussen of bof ligt dat weer totaal anders. De te nemen voorzorgsmaatregelen zijn altijd afhankelijk van het type ziekteverwekker. Bij Noro is het wel de algemene richtlijn dat men een overjas, handschoenen en een neusmondmasker draagt.